Ervaringen van Frank Vergeer in Noorwegen na de schietpartij op Utoya

Post

Reacties   |   Actuele lessen, Dossiers, Noorwegen

Hoe anders wordt een crisis beleefd?

 

Toen Anders Breivik op 22 juli 2011 twee gruwelijke aanslagen pleegde in Noorwegen was ik daar op dat moment, samen met mijn vrouw en onze bordercollie. We waren er om lange wandeltochten te maken in ‘the middle of nowhere’. Lekker bijkomen en genieten in de ruige en deels ongerepte natuur van dit prachtige land. De noren, meestal een ietwat gesloten volk, maar gastvrij,  hebben openheid en vrijheid hoog in het vaandel staan. Overal mag je kamperen, overal vind je ‘allemansvegen’, mooie paden dwars door eigendommen van mensen heen, waardoor je vaak op de meest verrassende plekken uitkomt. Het is goed vertoeven daar.

Hoe anders werd de stemming in de middag van die  22-ste juli. Ik kreeg een sms-je van mijn collega in Nederland dat er een aanslag was gepleegd op de MP van Noorwegen en op het Ministerie van Energie.  Wij kwamen die middag terug van een tocht over de hoogvlakte, hadden genoten van de leegte en ik had zowaar gevist in een meer met glashelder forellenwater. Ik ging direct naar de receptie, naar de campingeigenaar die stilstarend achter zijn beeldscherm zat.  De dagen daarvoor hadden we al wat contact met hem gehad en vakantiegrappen gemaakt. Geen grappen nu.  Hij  zei niets, zag ons ook niet staan.  Ik zag al snel dat er veel fotomateriaal van een aanslag te zien was. Beelden zoals we die kenden van 9/11. Vreselijk om te zien.  Dat dit kon gebeuren in een land als Noorwegen. Er waren geen woorden voor.  We vroegen wat er gebeurd was en hij kon alleen maar bevestigen dat er een aanslag was gepleegd, dat er doden waren en dat hij zijn ogen niet kon geloven over wat hij voorbij zag flitsen op zijn beeldscherm. Een aanslag in Noorwegen. Wat betekent dit? Waarom hier? Wie zit daar achter? Natuurlijk flitsen die vragen door je hoofd. Ik probeerde vervolgens contact te krijgen met mijn zoon in Nederland. Hij stuurde mij een Nederlandstalig artikel over de gebeurtenissen en later nog een en nog een. Uit dat laatste artikel bleek ook dat er diezelfde middag vier doden gevallen waren bij een schietpartij. Het was voor ons wel duidelijk. Noorwegen kreeg een harde klap te verduren. Dat het nog veel erger zou gaan worden en dat er directe verbanden bestonden tussen die twee feiten beseften we op dat moment nog niet.

De volgende ochtend zagen we bij de receptie de eerste beelden van de aanslag op Utoya. Pas toen realiseerden we ons dat het nog veel erger was als de dag daarvoor. Er werd gesproken over 93 doden. De angst voor meer aanslagen, de emoties en de verontwaardiging over wat er gebeurd was nam enorm toe, onder iedereen. De stemming in het land sloeg vanaf die dag om en dat kon je echt overal merken. Ook wij bedachten wat dit voor onze vakantie kon betekenen. Blijven we of gaan we terug en als we terug gaan, gaan we dan met 3000 mensen op een ferrie zitten of rijden we terug via Zweden? Als je Noorwegen immers wil treffen in het hart van hun economie dan is dat het meest zichtbaar op twee terreinen: gas en olie en de toeristische industrie.  Snel werd ons duidelijk dat Breivik was aangehouden en dat Stoltenberg liet weten dat het vooralsnog om een eenmansactie bleek te gaan. Dat deed ons besluiten om toch onze reis af te maken en gewoon te doen wat we van plan waren: met de ferrie terug naar Denemarken.

In de dagen vlak na de aanslagen spraken we veel met vooral jonge Noren. Zij spreken heel goed Engels en waren zeer open over wat er in hun omging. De verontwaardiging was groot. Het ‘open karakter’ van Noorwegen had een enorme klap te verduren gekregen. Veel steun kreeg Stoltenberg voor zijn publieke optredens en de wijze waarop hij het Noorse gevoel onder woorden probeerde te brengen.  Hij was voor die tijd een wat kleurloos persoon, zo stelden veel mensen, maar nu was Stoltenberg toch wel het symbool van burgervaderlijkheid, maar dan voor een hele natie. Knap hoe hij dit gedaan heeft; hij heeft daarmee zeer veel waardering geoogst.

Wat mij zelf nogal opviel was het gebrek aan juiste informatie in de dagen na de aanslagen. Alles kwam in het Noors op ons af, internet hadden we vaak niet, vanwege slechte verbindingen en dat was voor mij persoonlijk wel een heel nieuwe ervaring. Als er iets gebeurt in de wereld zijn wij juist in staat om snel veel informatie tot ons te nemen en dit te analyseren. Dat is ons vak. Nu konden we juist dit niet goed voor elkaar krijgen. Een vreemde ervaring is dat.

Wij gingen in de dag daarna terug richting het zuiden. Wat opviel was het grote aantal vlaggen die half stok hingen. Overal was het merkbaar en zichtbaar dat het land in rouw was. Wij moesten echter de 27-ste in Larvik zijn om terug te varen. Op maandag, 25 juli kwamen we aan in KrakerØ, een klein havenstadje aan de zuidelijke scherenkust, niet ver van Larvik. In de avond gingen we even eten in een klein tentje aan de haven. Rond 8 uur werd het stil op straat. Aan de overkant zagen we mensen aan komen lopen, stilzwijgend liepen ze, met in de hand een roos, een lichtje, dat soort dingen. De stroom mensen nam toe. Honderden liepen langs en staken de brug over naar de kant waar wij zaten. Doodstil was het en de stoet liep langs ons, richting het prachtige houten gemeentehuis. Wat doe je dan? Wij wisten niets van een stille tocht, dat hadden we totaal gemist in de berichtgeving, maar we hebben toen snel afgerekend en hebben ons aangesloten. Op het plein voor het gemeentehuis kwam de stoet tot stilstand en de mensen groepeerden zich bij een groot anker, een monument van de stad. De vlag hing halfstok. Vijf mensen gingen op het bordes staan en zongen het Noorse volkslied. Ingetogen. Stil. Geen toespraken daarna, geen burgemeester die ‘betekenis geeft’. Alleen maar stilte.

 

     

Kinderen, volwassenen, toeristen, iedereen die een bloem neer wilde leggen of een briefje op wilde hangen deed dat bij het monument. Nog even omkijken en weg ging een ieder, terug naar de beslotenheid van het eigen huis. Indrukwekkend was dat, zeker omdat het ‘bij ons’ er zo anders aan toegaat op zo’n moment. Wij herdenken met woorden. De noren niet. Zij doen dat in volstrekte stilte.

Frank Vergeer, Inconnect

Plaats een reactie