En als die schutter nou geen zelfmoord
had gepleegd…?

Post

Reacties   |   Discussies

De schutter in Alphen aan den Rijn pleegde na zijn daad zelfmoord. Daarmee was er geen noodzaak meer tot opsporing. Maar wat als hij was ontkomen en gevlucht? Dan had de politie in ruime mate behoefte gehad aan informatie van het publiek. Een beschouwing over opsporing, getuigenoproepen en beelden zoeken op sociale media.

Gerald Wildenbeest uit Almelo droeg het idee voor dit artikel aan bij Crisiswerkplaats. Zijn suggestie:
“Wat als de dader geen zelfmoord had gepleegd? Dan waren deze foto’s in het eerste uur van uiterst belang geweest om de dader te identificeren en zijn bewegingen te volgen…
Een server waar je beelden kunt uploaden moet gewoon klaar staan bij www.crisis.nl voor dergelijke situaties. De URL moet bij publiek bekend zijn, anders gaan de foto’s naar happige nieuws-media en internet. Terwijl de voorbereide overheid getuigen direct kan identificeren en terugbellen tijdens en na het incident. Digitale tools kunnen deze foto’s analyseren
en getrainde mensen deze digitale tools aansturen en uitkomst daarvan verwerken.”

Op grond van zijn signaal heb ik het vraagstuk nog wat verder doordacht. De suggestie voor het uploaden van beeldmateriaal is prima, en blijkt ook al te bestaan. Maar daarmee gaat de burger het nog niet benutten. Het meest kansrijk is dus wedden op meer paarden: een meer-sporen beleid. Daarover gaat dit artikel.

Image DescriptionBij het winkelcentrum in Alphen aan den Rijn stonden op 9 april nog overal borden met de oproep aan de burgers om zich te melden als zij iets gezien hadden. De tekst op het bord luidt:

“GETUIGENOPROEP – Politie Alphen aan den Rijn zoekt getuigen van een schietpartij met dodelijke afloop op de Broekhorst. De schietpartij vond plaats in de nacht van vrijdag 1 op  zaterdag 2 april omstreeks 00:45 uur.
Heeft u iets gezien of gehoord? Meld u bij de politie via 0900-8844 of bel anoniem 0800-7000.”

Je kunt je voorstellen dat de politie niet alleen gebaat is bij meldingen met beschrijvingen in woorden, maar juist ook met beeldmateriaal. Ook daarin is voorzien. De Nationale Recherche van het Korps landelijke politiediensten heeft voor dit doel een speciale site waarop getuigen hun beeldmateriaal over een incident kunnen uploaden.

Een goede zet van de politie. Maar nu de relatie tussen snelheid en de praktijk van de fotograferende en filmende burger.

Veni, vidi, video (ik kwam, ik zag en ik nam op)

Veel gebruikers die een smartphone op zak hebben en daar foto’s of filmpjes mee maken, willen die beelden snel delen. Zeker als ze iets bijzonders hebben gezien. Een ongeluk, een brand of een ander incident staat per direct op twitter, liefst met beeld erbij. De instellingen op een smartphone zijn daarom zo ingesteld dat het doorzetten van een berichtje of vers gemaakte foto met een paar stappen is geregeld. De gebruiker staat standaard ingelogd op zijn of haar twitter- of facebookaccount en de bijbehorende site voor beeldmateriaal (Twitpic, yFrog, Twitgoo, etc). Beeld wordt door die koppeling direct in de timeline van de volgers gedeeld.

De verwachting dat mensen die beelden ook gaan uploaden via een site van de recherche is dus misschien wat te hoog gegrepen. Je moet als je getuige van een misdaad bent ook maar net weten hoe die site van de politie heet. Aandacht voor de naamsbekendheid is dus geen overbodige luxe.
Gelukkig reageert de site wel netjes op een mobiele browser, maar het blijft toch wel erg een desk-top formulier wat ingevuld moet worden. Het is dus maar de vraag of de burger/getuige dat gaat invullen op z’n mobiel. Bovendien is er hier geen anonimiteit geboden, wat de drempel kan verhogen.

Advies: benut ook de technieken van de sociale media

En dus moet de politie ook zelf actief aanwezig zijn op de sociale media om snel te kunnen beschikken over de gewenste informatie. Daarvoor zijn er verschillende tips te geven.

1. Volg de hashtag. Je weet niet wie er bruikbare informatie heeft, maar er ontstaat van nature al heel snel een gezamenlijk trefwoord, de zogenaamde hashtag (bijv. #alphen).

2. Gebruik hulpsites die Twitter afschuimen op beeldmateriaal bij een naam of hashtag. Een zestal sites die deze dienst verzorgen:

Picfog:  een realtime fotozoeker. Zodra je een trefwoord hebt opgegeven blijven de nieuwe beelden automatische binnenkomen.

Twitcaps: real-time fotozoeker op Twitter. Twitcaps maakt het mogelijk om te zoeken én op te slaan! De engine doorzoekt de recente foto’s op de populaire Twitter beeldservices (zoals Twitpic, yFrog, Twitgoo, etc). Met Twitcaps kun je beeld ook bewaren op je eigen account. Dat heeft als voordeel dat je het beeld nog hebt, ook als de oorspronkelijke maker besluit het weer te verwijderen. Twitcaps heeft ook een goede vertaalfunctie.

Twicsy: een fotozoek engine die de populairste foto’s laat zijn van het laatste uur. Je kunt ook kiezen voor de top-foto’s van de laatste 2, 4 of 12 uur, de dag of de week. De engine houdt bij hoe vaak een foto is geretweet om de populariteit vast te stellen.

Tweetalbums: doorzoekt allerlei albumsites op internet op basis van de trefwoorden (tags) die de uploaders zelf aan hun foto’s hebben gegeven. TweetAlbums levert een centrale zoekmachine die helpt om beelden te vinden in photo-sharing sites, zoals Twitter, TwitPic, Flickr, Picasa, YFrog and TweetPhoto.

Twipho: heel simpele, overzichtelijke fotozoeker.

Twitpicsearch: overzichtelijk en eenvoudige zoekmachine.

Aanvullende ervaringen en tips?

Ken je nog andere bruikbare tools om actueel fotomateriaal op internet snel te doorzoeken? Voeg dan je suggesties toe als reactie onder dit artikel.

Naschrift: beeld is overal

Donderdagavond 21 april 2011 zat de zoon van één van de slachtoffers van de schietpartij in Alphen als gast bij Pauw&Witteman. Zijn ervaring maakt nog eens extra duidelijk dat de officiële bronnen de betekenis van onze beeldcultuur moet kunnen volgen, begrijpen en hanteren. “Ik hoorde pas om 23.00 uur ‘s avonds dat  mijn vader dodelijk geraakt is, maar ik wist het al  om 3.00 uur ‘s middags toen ik een foto op internet zag. Hij lag daar op de grond,
en aan zijn kleren en houding kon ik zien dat het mijn vader was.”

 

Plaats een reactie